HERZIENING VAN DE VEILIG BEVONDEN HOEVEELHEDEN ALUMINIUM IN KINDERVACCINS IS NODIG!

Een wetenschappelijk onderzoek dat op 8 maart 2018 in het ‘Journal of Trace Elements in Medicine and Biology’ is gepubliceerd pleit voor het herzien van de als veilig beschouwde niveaus aluminium in kindervaccins.

DE BELANGRIJKSTE PUNTEN UIT HET ONDERZOEK:
• Het aluminiumgehalte in vaccins is gebaseerd op de hoeveelheid die nodig is voor de gewenste immuunrespons en houdt bij het bepalen van veilige grenswaarden géén rekening met het lichaamsgewicht.
• Er zijn meerdere fouten gemaakt bij het vaststellen van de dosering van aluminium in vaccins voor kinderen.
• Veiligheidsconclusies over aluminiumwaarden in vaccins zijn uitsluitend gebaseerd op onderzoeken naar de blootstelling via de voeding bij volwassen muizen en ratten.
• Zuigelingen krijgen op de eerste dag na de geboorte 17 keer meer aluminium toegediend dan zou worden toegestaan als de doses per lichaamsgewicht zou worden aangepast. (Red. in USA krijgen kinderen op hun eerste levensdag hun eerste vaccin)
• Aangepaste MRL (maximale residulimiet)-berekeningen op basis van het lichaamsgewicht zijn beschikbaar, maar gebaseerd op speculatie, niet op veiligheidsgegevens.

Bron: Nieuwsbrief Stichting Vaccin Vrij 26 april 2018, auteurs Door Frankema en Ellen Vader

Hoe werkt homeopathie?

In deze 30 minuten durende documentaire worden diverse aspecten van de homeopathie toegelicht. Hoe worden homeopathische middelen gemaakt?  Berust het niet alleen op placebo-effect? Onderzoekers en (ervarings)deskundigen komen aan het woord, o.a. over het wetenschappelijke onderzoek.

Het filmpje is Duitstalig, maar Nederlands ondertiteld. Bekijk het filmpje hier.

Homeopathie in Zwitserland vergoed via nationale zorgverzekering

In Zwitserland is de grondigste evaluatie van homeopathie uitgevoerd die ooit door een regeringsinstantie werd gedaan. Daaruit kwam naar voren dat homeopathie echt werkt. En bovendien veel kosteneffectiever is dan de reguliere geneeskunde. Het werkt zelfs zo goed, dat patiënten het vergoed krijgen via de nationale zorgverzekering.

In mei 2013 is in het blad Medisch dossier een uitgebreid artikel over het onderzoek gepubliceerd. Het hele artikel is hier te lezen.

 


KokosnotenKokosolie: gezond of juist niet?

Op de website van het Voedingscentrum worden mensen gewaarschuwd om niet te vaak kokosvet te eten omdat het slecht is voor hart en bloedvaten. MGlab&Advies heeft naar aanleiding hiervan de feiten eens op een rijtje gezet en komt tot heel andere conclusies .

Kokosolie en de gezondheid

Kokosolie heeft een gunstig effect op de gezondheid, tal van studies toonden dat aan. Op 21 mei 2013 schreef het voedingscentrum: “kokosvet bevat het meeste verzadigde vet van alle vetsoorten. Verzadigd vet verhoogt het slechte LDL cholesterol. Het bevat laurinezuur. Sommige mensen zeggen dat laurinezuur gezond is, maar het laat cholesterol het sterkst stijgen. Ook al zouden er positieve effecten gevonden worden, kokosvet blijft slecht voor je hart- en bloedvaten. Daarom kun je kokosvet beter alleen bij uitzondering eten”.

Bovenstaande zinnen bevatten een aantal beweringen die als waarheid worden geponeerd: kokosvet is het meest verzadigd, verzadigd vet doet cholesterol stijgen, laurinezuur en kokosvet zijn schadelijk voor hart en bloedvaten.

Laten wij een aantal punten op een rij zetten.

1. Kokosvet en dierlijk verzadigd vet zijn niet hetzelfde; er zijn veel verschillende soorten verzadigd vet. Kokosolie bestaat voor 86% uit verzadigde vetzuren, ongeveer 68% middel lange ketens vetzuur. Boter bevat 82% melkvet. In 2011 schreef de American Society for Nutrition: “het is voorbarig om voedsel rijk aan verzadigde vetten een verhoogd risico op vaatziekten toe te kennen uitsluitend op basis van hun vetgehalte”.

2. Tussen gebruik van verzadigde dierlijke vetten zoals boter, melkvet of spekvet en vaatziekten is tot op heden geen verband aangetoond.

3. Het minder gunstige LDL-cholesterolgehalte van het bloed zal stijgen bij het gebruik van boter, maar ook het HDL dat positieve eigenschappen heeft. Dit resulteert in een gunstiger het totaal cholesterol: HDL verhouding. Kaas verlaagt zelfs LDL cholesterol. Sommige studies tonen aan dat een gematigde inname van melkvet het risico op cardiale ziekten verlaagt.

4. In 2003 vergeleek R. Mensink de resultaten van 60 verschillende cholesterolstudies en kwam tot de conclusie dat laurinezuur uit kokosolie het cholesterol sterk verhoogt, maar vooral het HDL cholesterol, dat is dus gunstig. Bij gebruik van kokosvet bleek het gunstige HDL cholesterol 0,36 mmol/l hoger te zijn dan bij transvetten. Palmitinezuur had weinig effect. Bij mensen die vet vervingen door
zetmeel, ziet men een stijging van triglyceriden in het bloed.

5. Bij proefdieren met diabetes die worden gevoed met kokosolie namen de antioxidanten in het lichaam toe en ook de glucosetolerantie.

Kokospalm6. Natuurlijke zuivere olie uit kokosnoot bereid zonder chemische middelen of verhitting heeft pijnstillende, anti-inflammatoire eigenschappen. Bij gezonde proefpersonen met een dieet waarvan 30% van de calorieën van kokosvet kwam, werd een daling van de ontstekingsfactoren1 TNF-α, IL-6 en IL-8, C-reactief proteïne waargenomen. Transvetten verhogen ontstekingsmarkers.

7. Een belangrijke factor in het ontstaan van vaatziekten zijn overgewicht en diabetes type II die gezien worden als ontstekingsziekten, waarbij de bloedvaten worden aangetast. Veevoer bestaat vaak uit genetisch gemanipuleerde granen, die pesticiden en herbiciden kunnen bevatten die terechtkomen in melk, kaas en vlees. Chemische stoffen kunnen bijdragen aan overgewicht.

8. Of op lange termijn gebruik van kokosvet een risico vormt voor mensen met overgewicht of (met aanleg voor) hartziekten, is niet bekend. In ieder geval kan op dit ogenblik niet gesteld worden dat kokosolie hart- en vaatziekten veroorzaakt.

Hoge bloeddruk

Hoge bloeddruk is een risicofactor voor hartaandoeningen en is sterk toegenomen sinds het gebruik van olie van zaden zoals zonnebloemolie, maïsolie en de consumptie van transvetten. Tot de jaren vijftig at men boter, daarna werden er margarines en plantaardige olie gefabriceerd.

• In 1950 had 3% van de mannen van 40 tot 65 jaar een te hoge bloeddruk.

• In 2012 had 30% van de mannen tussen de 40 en de 50 jaar hoge bloeddruk en 50% van de mannen van 50 tot 60 jaar.

• In 2012 had 60% van de mannen boven de 40 jaar overgewicht, waarvan 10% extreem.

Gewichtsverlies

Interessant is dat toediening van kokosvet gewichtsverlies kan ondersteunen.

1. Laurinezuur kan bijdragen aan een verbeterde glucosetolerantie bij diabetes.

2. Laurinezuur geeft sneller verzadiging en beïnvloedt hormonen zoals cholecystokinine en neuropeptide YY en doet de eetlust afnemen.

3. Gebruik heeft een diepgaand effect op de darmflora. De aantallen Bacteroïdes nemen af. Daar deze bacteriën met overgewicht te maken hebben, is dat een gunstig teken. Ook Prevotella-soorten, die zijn verhoogd bij darmontstekingen, nemen af.

4. Zorg dat de voeding veel groenten bevat en geen chemische toevoegingen en eet producten van dieren die gras hebben gegeten en zijn gevoerd zonder antibiotica.

Vetten en de darm

1. Kokosolie heeft een beschermend effect op de darm. Laurinezuur wordt in de darm voor de helft omgezet in monolaurinezuur dat schadelijke E.coli, streptokokken en Clostridium difficile afremt.

2. Zuiver melkvet bevat gunstige vetzuren. In de darm van herkauwers wordt linolzuur omgezet in geconjugeerd linolzuur (CLA) een stof die de kans op het ontstaan van darmkanker doet afnemen. Melk van koeien die gevoerd worden met hooi en granen heeft een lager CLA-gehalte.

Ontlastingsonderzoek

Het is interessant om bij mensen met overgewicht en darmaandoeningen de aantallen Bacteroïdes en Prevotella (de enterotypen) in de ontlasting te bepalen om te controleren of deze afnemen door gebruik van kokosolie. Dit is de test op enterotypen. Ook bij een toename van schadelijke darmbacteriën zou experimenteel kokosolie kunnen worden ingezet.

Bron:
1. Lipids Health Dis. 2012 Dec  21; 11:175. Fatty acids do not pay the toll: effect of SFA and PUFA on human adipose tissue and mature adipocytes inflammation

 


Hoezo nierstenen door vitamine C?

Met enige regelmaat komt het bericht in de media dat extra vitamine C nemen zou leiden tot een verhoogde kans op nierstenen. In zijn blog van 8 februari 2013 legt Dr. Gert Schuitemaker uit hoe het misverstand in de wereld is gekomen en hoe het nu echt zit.

Al een halve eeuw slikken tientallen miljoenen mensen dagelijks hooggedoseerde vitamine C-supplementen zonder dat er sprake is van een toename van gevallen van nierstenen.

Hoe de mythe ‘nierstenen door vitamine C’ de wereld in kwam: het experiment

Toen vitamine C-voorvechter Linus Pauling in de zeventiger jaren succes had met zijn boek Vitamin C and the Common Cold werd er kort daarna in een tijdschrift, gesponsord door de farmaceutische industrie, een experiment met vitamine C gepubliceerd. In een laboratorium was het experiment uitgevoerd met urine van vitamine-C-slikkers. De urine werd opgevangen in een kolf en geanalyseerd op de concentratie oxalaat (bestanddeel van bepaald type nierstenen). Uitkomst: oxalaat werd gevonden en op basis hiervan werd het ontstaan van nierstenen door een verhoogde vitamine C-inname verondersteld.

Wat bleek …

Maar wat bleek jaren later toen men het experiment nog eens zorgvuldig nadeed? De oxalaat had zich niet in de urine in de blaas van de proefpersonen gevormd, maar pas onder verwarming in de kolf waarin de urine was opgevangen. Met andere woorden, ascorbaat (wetenschappelijke benaming van vitamine C) in de urine was in de kolf na verwarming omgezet in oxalaat! Deze laboratoriumfout is er de oorzaak van geweest dat miljoenen mensen zelfs nog tot op de dag van vandaag denken dat vitamine C nierstenen veroorzaakt.

Voedingscentrum

Maar zelfs het Voedingscentrum meldt al jaren op haar website: “In het verleden werd gedacht dat hierdoor [meer dan 2 gram vitamine C per dag] het risico op de vorming van nierstenen groter was, maar dit is nooit bevestigd in onderzoek.”

Het recente onderzoek

In JAMA Internal Medicine (voorheen Archives Internal Medicine) werd een onderzoek gepubliceerd met als conclusie dat een hoge dosis vitamine C het risico van nierstenen meer dan verdubbelde. Maar ook nu weer vertoonde het onderzoek zulke gebreken waardoor een conclusie niet mag worden getrokken.
Ten eerste was de conclusie gebouwd op gegevens die in 1997 waren verzameld met slechts één enkele vragenlijst, door de proefpersonen zelf ingevuld. Dit geldt in de voedingswetenschap als een onbetrouwbare methode.
Ten tweede bleek dat de uitkomst dat daarna het risico van nierstenen voor vitamine C-supplementengebruikers met 0,310% per jaar was verhoogd en voor niet-gebruikers met 0,163% per jaar. Inderdaad een verdubbeling, maar van wat? Het betekent dat als u vitamine C-supplementen slikt het risico van nierstenen in een jaar is gestegen van 1/6e van een procent naar 1/3e van een procent. Naast de onbetrouwbaarheid van de genoemde vragenlijst zijn deze percentages veel te klein om hieruit conclusies te mogen trekken. Elke statisticus weet dit.

Hoe het echt zit

De waarheid omtrent vitamine C en nierstenen is dat alleen personen met een zeldzame stofwisselingsziekte die een verhoogde oxalaatproductie hebben, geen extra vitamine C moeten nemen. Bij deze personen is de kans op het ontwikkelen van nierstenen groter. Deze stofwisselingsstoornis komt echter zeer zelden voor, en de persoon in kwestie is vrijwel altijd op de hoogte dat hij deze ziekte heeft.

 


Hersenschade bij foetus als moeder vitamine C tekort heeft

Vitaminetekort bij de zwangere vrouw heeft serieuze gevolgen voor de hersenontwikkeling van het ongeboren kind. En als de schade is opgetreden, dan kan het niet door vitaminesuppletie na de geboorte worden hersteld. Dit is aangetoond door onderzoek van de universiteit van Kopenhagen.

Zwangere vrouw
foto: Wikimedia Commons af Tom & Katrien

Populatiestudie toont aan dat 10 tot 20 procent van de volwassenen in de ontwikkelde wereld een vitamine C tekort heeft. Met name zwangere vrouwen doen er goed aan dagelijks een extra dosis vitamine C te nemen.
“Zelfs een marginaal vitamine C tekort van de moeder heeft al een invloed op de hippocampus van de foetus, het belangrijke geheugencentrum, waardoor de hersenen 10 tot 15 procent minder goed ontwikkelen,” zegt professor Jens Lykkesfeldt. Hij is hoofd van een groep wetenschappers die tot deze conclusie zijn gekomen na bestudering van zwangere cavia’s en hun kleintjes. Omdat cavia’s net als mensen zelf geen vitamine C aanmaken is gekozen voor deze dieren als model.
“Wij dachten dat de moeder de baby beschermt. Normaal gesproken is er een selectief transport van de moeder naar de foetus van stoffen die de baby nodig heeft gedurende de zwangerschap. Maar nu blijkt dat dit transport niet efficient functioneert als er sprake is van een tekort aan vitamine c. Daarom is het ontzettend belangrijk hier de aandacht op te vestigen omdat het zulke serieuze gevolgen heeft voor de betreffende kinderen,”  zegt Jens Lykkesfeldt.

Te laat als de schade is veroorzaakt

De nieuwe resultaten tonen aan hoe belangrijk de lifestyle is van de moeder en haar eetpatroon gedurende de zwangerschap. Deze studie toont ook aan dat als de hersenschade is opgetreden dit niet meer kan worden gerepareerd, ook niet als de baby na de geboorte vitamine c extra krijgt.
Toen de cavia’s van de moeders met vitamine c tekort werden geboren werden ze in 2 groepen verdeeld. Eén groep kreeg vitamine c supplementen. Toen de kleintjes 2 maanden oud waren, dat komt overeen met de tienerleeftijd bij kinderen, kon er geen verbetering worden aangetoond in de groep die suppletie had gekregen.
De ondeerzoekers proberen nu uit te vinden op welk tijdstip in de zwangerschap van de caviamoeder het vitamine c tekort de ontwikkeling van de caviafoetus beïnvloed. Voorlopige resultaten wijzen er op dat dit al in een vroeg stadium is van de zwangerschap. Wetenschappers hopen op de langere termijn in staat te zijn om populatiestudies te vertalen naar gelijksoortige problemen bij mensen.

Kwetsbare groepen

Er zijn sommige groepen mensen die met name gevoelig zijn voor vitamine C tekort. “Mensen met een lage economische status die slecht eten – en misschien ook roken – hebben vaker een vitamine C tekort. Vergelijkenderwijs zullen hun kinderen het risico lopen geboren te worden met een slechter ontwikkeld geheugen. Deze kinderen kunnen leerproblemen krijgen, en gezien de sociale context, herhaalt de geschiedenis zichzelf omdat deze kinderen moeilijk uit het milieu waarin zij werden geboren kunnen ontsnappen,” zegt Jens Lykkesfeldt.
Hij benadrukt dat als vrouwen tijdens de zwangerschap gevarieerd eten, niet roken en bijvoorbeeld dagelijks een multivitaminepil nemen, er geen reden is om bang te zijn voor een vitamine C tekort. “Omdat het zo eenvoudig is om een vitamine C tekort te voorkomen, hoop ik dat zowel politici als autoriteiten zich bewust worden dat dit een potentieel probleem kan worden,” concludeert Jens Lykkesfeldt.

 


Hoge dosis vitamine C verlaagt een te hoge bloeddruk

SinaasappelsWetenschappers onder leiding van Prof. E.P.R. Miller van de  John Hopkins University School hebben in het Amerikaanse voedingstijdschrift American Journal of Clinical Nutrition een artikel gepubliceerd over hun onderzoek naar het effect van vitamine C op hoge bloeddruk.

Zij hebben 29 publicaties over wetenschappelijk verantwoorde klinische onderzoeken geanalyseerd en komen tot de conclusie dat hoge dosis vitamine C een te hoge bloeddruk doet verlagen. Voor mensen die medicatie nemen voor hun hoge bloeddruk is het effect zelfs 2 maal zo groot.

Hoge bloeddruk verhoogt de kans op hartafwijkingen en op een hartaanval. Wetenschappers hebben zich gefocust op vitamine C vanwege de biologische en fysiologische effecten ervan. Vitamine C heeft bijvoorbeeld een vochtafdrijvende werking, wat de nieren aanzet om meer zouten en water uit te scheiden. Dit helpt de bloedvaten om meer te ontspannen en daarmee wordt de bloeddruk verlaagd. Hartafwijkingen en het risico van een hartaanval wordt daarmee gereduceerd.

Doorverwijzingen naar meer informatie over vitamine C vindt u onderaan de pagina links van deze website.

 


Wetenschappelijk aangetoond: homeopathie effectief als vervanging van vaccinatie tegen geboortediarree bij biggetjes

Op 17 september 2011 organiseerde Studiegroep Complementair werkende Dierenartsen een symposium over mogelijke alternatieven voor antibiotica in de veehouderij. In een aantal gevallen wordt naar de mening van de Studiegroep te gemakkelijk antibiotica ingezet, terwijl er bijvoorbeeld door gebruik te maken van alternatieve producten nog verbeteringen mogelijk zijn.

Irene Camerlink met bigIr. Irene Camerlink heeft op het symposium de resultaten van een experiment gepresenteerd. De achtergrond van haar onderzoek was dat het gebruik van antibiotica in de veehouderij zo enorm toeneemt dat het dreigt negatieve gevolgen te hebben voor de gezondheid van mensen en dieren en het milieu waarin we leven. Homeopathie zou een alternatief kunnen zijn. Om dat te testen is een wetenschappelijk verantwoord onderzoek opgezet om te kijken of een homeopathische geneesmiddel diarree veroorzaakt door E-coli bacteriën bij pasgeboren biggetjes kan voorkomen. Zij heeft hierover ook een artikel geschreven, dat is verschenen in het internationale blad Homeopathy.

Op een commercieel varkensbedrijf kregen 52 zeugen in de laatste maand van drachtigheid 2 maal per week òf het homeopathische geneesmiddel Coli 30K òf een placebo. De uit deze zeugen geboren 525 biggetjes werden gecontroleerd op het voorkomen van diarree en de tijd dat ze diarree hadden

Het resultaat was dat de biggetjes uit de homeopathisch behandelde groep significant minder last hadden van diarree dan die uit de groep die een placebo hadden gehad. Vooral de biggetjes van zeugen die nog niet eerder hadden geworpen hadden minder vaak diarree, als ze het wel hadden dan duurde het minder lang en andere biggetjes werden er niet door besmet.

BiggenZoals wel vaker zijn er wetenschappers die maar moeilijk kunnen aanvaarden dat homeopathie zo overduidelijk positief uit een wetenschappelijk verantwoord onderzoek komt. Prof. Huub Savelkoul van de Leerstoelgroep Celbiologie en Immunologie is zo iemand. In Resource, het blad voor studenten en medewerkers van Wageningen UR wordt hij aangehaald: ‘Er zijn voorbeelden van bewezen klinische effectiviteit van enkele homeopathische geneesmiddelen, maar er is geen enkel fysisch-chemisch en biologisch mechanisme beschreven wat homeopathie wetenschappelijk verklaart.’

Met andere woorden, het kan wel zo zijn dat wordt aangetoond dat homeopathie helpt, maar we gaan het niet toepassen omdat we niet begrijpen hoe het kan.

Lezenswaardig is ook de reactie die Liesbeth Ellinger als reactie op dit stuk schrijft. Haar bijdrage heeft de titel Journalistieke censuur of wetenschappelijk vooroordeel? We kennen haar als ervaren homeopathisch dierenarts. Zij is co-auteur van het artikel in Homeopathy. Zij veegt de vloer aan met de kritiekpunten van de hoogleraar.

Wij zullen blij moeten zijn dat er wetenschappers zijn die zich niet laten leiden tot vooroordelen en zo een bijdrage leveren aan het gezonder maken van dieren zonder daarvoor te moeten grijpen naar vaccinaties of antibiotica. Het resultaat van het onderzoek is dat op het betreffende bedrijf nu met succes het homeopathische geneesmiddel wordt gebruikt ter vervanging van de reguliere vaccinatie! Dat is goed voor die dieren, maar bovenal ook goed voor ons!


Vaccinatie tegen de griep: zo goed als waardeloos!

In een uitgebreid artikel beschrijft de auteur een studie die is gepubliceerd door het onafhankelijk wetenschappelijk instituut The Cochrane Collaboration. Een epidemioloog verbonden aan dit instituut heeft alle beschikbare wetenschappelijke, recente onderzoeken naar de effecten van griepvaccinaties onderzocht. Hij komt tot schokkende conclusies.

  • Bij 99 % van de mensen had de vaccinatie geen enkel effect.
  • Vaccinatie had geen invloed op het optreden van complicaties
  • Vaccinatie gaf geen reductie van het aantal ziektedagen

Hierbij wordt nog gewaarschuwd dat bijna de helft van de onderzochte studies zijn gefinancierd door de farmaceutische industrie zelf en dus een rooskleuriger beeld geven van de resultaten.

 


Laat het Vitamine D gehalte bepalen in uw bloed.

Vitamine D wordt aangemaakt in de huid onder invloed van de zon. Volgens de Gezondheidsraad zouden we dagelijks een kwartier tot half uur tussen 11.00 en 15.00 uur ons hoofd en handen moeten bloot stellen aan de zon. Maar helaas schijnt niet altijd de zon en hebben we rond die tijd andere dingen te doen. Vitamine D zit ook bijvoorbeeld in vette vis. Er zijn echter weinig mensen die dit minimaal 2 maal per week op het menu hebben staan. Het gevolg is dat veel mensen een tekort hebben aan vitamine D. Het kan leiden tot een diversiteit aan ernstige ziektes. Het is dus raadzaam om het vitamine D gehalte te laten bepalen in het bloed. Voor meer info over problemen als gevolg van een tekort aan vitamine D  klik hier.

Een uitgebreide (Nederlandstalige) monografie van Vitamine D van de Natura Foundation treft u hier

 


 Arnica helpt tegen blauwe plekken

In San Francisco (V.S) hebben wetenschappers een computer model gemaakt waarmee het mogelijk is om bloeduitstortingen te beoordelen die een gevolg zijn van plastische chirurgie. Met dit model hebben zij  aangetoond dat de toepassing van Arnica Montana bij facelift operaties leidt tot minder grote bloeduitstortingen. Om dit Engelstalige onderzoek te lezen klik hier.

 


Homeopathie en de gezondheid van vrouwen

Homeopathie heeft de potentie om een breed scala van klachten van vrouwen te behandelen en een groeiend aantal onderzoeken toont de effectiviteit aan:

  • in de overgang: opvliegers, nachtzweten, hoofdpijn, vermoeidheid, angst en depressie;
  • bij het premenstrueel syndroom (PMS);
  • bij menstruatie klachten;
  • bij ongewenste kinderloosheid;
  • bij klachten tijdens en na de zwangerschap.

Voor uitgebreide informatie over de wetenschappelijk onderzoeken met betrekking tot deze klachten klik hier.