De Gezondheidsraad heeft in een advies aan de minister van Volksgezondheid gesteld dat iedereen die in contact komt met kinderen jonger dan 6 maanden van hun werkgever een kinkhoestvaccinatie aangeboden moet krijgen. Voor baby’s jonger dan 6 maanden kan kinkhoest ernstige problemen geven. Mensen die werken op kinderdagverblijven, in de kraamzorg, op consultatiebureaus en ziekenhuisafdelingen, etc.  hebben volgens de Gezondheidsraad de morele verplichting om zich te laten vaccineren tegen kinkhoest.

De Gezondheidsraad geeft toe dat het huidige advies is gebaseerd op een beperkte hoeveelheid wetenschappelijke gegevens. Wel is duidelijk dat het vaccin niet erg effectief is. Ondanks een hoge vaccinatiegraad worden er jaarlijks vele duizenden gevallen gemeld (6672 in 2015, 5301 in 2016). Als reden geeft het RIVM aan dat de bacterie die de ziekte veroorzaakt iets is gemuteerd. Eigenlijk zou er een nieuw vaccin moeten worden ontwikkeld, maar om onduidelijke reden wordt dat niet gedaan.

Als oplossing ziet de Gezondheidsraad dat zwangere vrouwen in de laatste 3 maanden van hun zwangerschap gevaccineerd zouden moeten worden tegen kinkhoest. De antistoffen die dan worden gemaakt worden via de placenta doorgegeven aan het kindje. Als het wordt geboren is het beter beschermd tegen kinkhoest. Maar de levensduur van de antistoffen is zo gering, dat het kindje wel volgens het normale rooster moet worden gevaccineerd. Als de moeder het jaar erop weer zwanger zou zijn, dan zijn haar antistoffen al weer zo ver gereduceerd dat zij opnieuw moet worden gevaccineerd. Wetenschappelijk onderzoek dat aantoont dat er geen gezondheidsrisico’s zijn voor moeder en kind ontbreken.

De Gezondheidsraad signaleert nog een probleem. Het huidige vaccin voorkomt niet dat een gevaccineerde de kinkhoestbacterie kan doorgeven aan een kind. De kans zou wel minder zijn, maar het risico blijft bestaan. Die beperkte effectiviteit was voor de Gezondheidsraad in 2015 nog de reden om vaccinatie van gezinsleden en verzorgers om kinkhoest bij jonge kinderen te voorkomen, niet aan te bevelen.

Maar nu adviseert de Gezondheidsraad om werknemers eens in de 5 jaar te laten vaccineren tegen kinkhoest. Of dat afdoende is weet ze niet omdat er nog te weinig onderzoek naar is gedaan. Omdat er geen monovaccin bestaat tegen kinkhoest wordt gekozen voor een combinatie met de vaccins tegen difterie en tegen tetanus (DKT).

Het advies van de Gezondheidsraad lijkt een schot in het duister te zijn. Er is geen wetenschappelijk onderzoek dat aantoont dat dit soort acties doeltreffend zijn. Nee, de Gezondheidsraad draagt zelf meer dan voldoende argumenten aan om bedenkingen te hebben bij dit experiment. In plaats van aan te dringen op de ontwikkeling van een meer effectief vaccin leggen ze  op werknemers de morele verplichting om zich te laten vaccineren. Dit is onethisch en daarmee onbehoorlijk. Deze werknemers worden gebruikt als proefobjecten en zouden alleen op vrijwillige basis moeten kunnen participeren in dit experiment.